Toelichting jaarverslag

Kalooga B.V.

Toelichting jaarverslag

Doel verslag

Het jaarverslag van de NOM wordt opgesteld om stakeholders te informeren over onze prestaties in het afgelopen jaar. De NOM definieert haar stakeholders als de partijen die deel uitmaken van de waardeketens (zie Waardeketen) en de partijen waarvoor de toegevoegde waarde van de NOM van belang is.

De stakeholders zijn in voorgaand hoofdstuk nader gedefinieerd. Hieronder vallen aandeelhouders en subsidieverstrekkers, lokale overheden, ondernemingen in de regio, werknemers, leveranciers, kennisinstellingen, niet gouvernementele organisaties en burgers in de regio.

Proces ter bepaling inhoud

De NOM legt verslag over haar prestaties aan de hand van de materiële duurzaamheidsaspecten. Deze zijn ingedeeld naar economische, sociale en milieu-aspecten, de drie categorieën die in de GRI richtlijnen onderscheiden worden.  De materiële onderwerpen zijn bepaald aan de hand van hun belang voor de NOM als organisatie, en aan de hand van de mate van belang die stakeholders hieraan hechten.

Gebruikmakend van de drie waardeketens is een materialiteitsmatrix gemaakt. Dit is een visuele representatie van het relatieve belang van de materiële onderwerpen.

Management benadering

Het management benadert de categorieën van de materiële duurzaamheidsaspecten als volgt:

Economisch

De NOM heeft als primaire functie het versterken van de economische groei- en innovatiekracht van Noord-Nederland. Namens de aandeelhouders (het Ministerie van Economische Zaken en de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân) heeft de NOM de afgelopen decennia deze taak uitgevoerd. Door in te zetten op financieringen, acquisitie, retentie en innovatie voert de NOM haar functie zo effectief mogelijk uit. Zie ook Verslag van de directie en Waardeketen.

Arbeidsomstandigheden

De impact die de NOM heeft op arbeidsomstandigheden en werkgelegenheid is met name terug te voeren op de uitvoering van de kernprocessen. Zo is één van de primaire taken van de NOM om arbeidsplaatsen te creëren en te behouden in de regio door het bevorderen van (buitenlandse) investeringen. Zie ook de waardeketen en de behaalde resultaten van NOM Foreign Direct Investment. De werknemers van de NOM zijn de belangrijkste stakeholders in relatie tot de interne organisatie van de NOM, waardoor de interne arbeidsomstandigheden als belangrijk worden aangemerkt. Zie hiervoor de paragrafen Personeel en Duurzaamheidsresultaten.

Mensenrechten

Als westerse onderneming actief in Noord-Nederland is bij de NOM het aspect mensenrechten in brede zin minder relevant. Activiteiten om discriminatie tegen te gaan en duurzaam in te kopen zijn wel geïmplementeerd. Zie hiervoor het onderdeel Ethiek en integriteit, de GRI Index, en Afbakening.

Maatschappij

De bijdrage die de NOM levert aan de maatschappij hangt samen met onze sociaal-economische doelstelling. Via het uitvoeren van de kernprocessen financiering, acquisitie en retentie, en innovatie, wordt een positieve maatschappelijke ontwikkeling nagestreefd voor de regio.  Dit komt tot uitdrukking in de indicatoren gecreëerde/behouden arbeidsplaatsen, investeringen en innovatie impuls in de regio.

Zie Verslag van de directieWaardeketen en Realisatie.

Productverantwoordelijkheid

De NOM heeft als primaire functie het versterken van de economische groei- en innovatiekracht van Noord-Nederland. Namens de aandeelhouders (het Ministerie van Economische Zaken en de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân) heeft de NOM de afgelopen decennia deze taak uitgevoerd. Door in te zetten op financieringen, acquisitie, retentie en innovatie probeert de NOM haar functie zo effectief mogelijk uit te voeren.

De productverantwoordelijkheid van de NOM is met name terug te voeren op de uitvoering van deze kernprocessen. Zie hiervoor Verslag van de directie  en Waardeketen.

Milieu

De directe milieu-effecten als gevolg van de bedrijfsvoering van de NOM zijn minimaal. Als regionale ontwikkelingsmaatschappij hebben wij indirect een positieve invloed op milieu-aspecten via bedrijven en andere partijen waar we mee samenwerken vanuit met name de afdelingen FDI en Business Development.

Om deze reden is besloten om in te zetten op een aantal duurzame thema’s waaronder Circulaire Economie en de ‘Biobased Economy’. Daarnaast is er ook een aantal maatregelen genomen die gericht zijn op de interne bedrijfsvoering.

Zie ook Duurzame Ontwikkeling in het Verslag van de Directie en onze Duurzaamheidsresultaten,

Materiële aspecten

Op basis van de management benadering zijn de volgende materiële aspecten en de indicatoren die hierbij horen bepaald, alsmede voor wie deze van belang zijn. Voor de aspecten is aangegeven waar in de organisatie de taken en verantwoordelijkheden primair zijn belegd ten behoeve van de sturing. De primaire verantwoordelijkheid is belegd bij de managers van de afdelingen of bij Algemene Zaken (stafafdeling).

De directie van de NOM draagt de eindverantwoordelijkheid voor alle aspecten.

Aspect Indicator Stakeholders Primaire verantwoordelijkheid
Economische performance • Economische waarde creatie (opbrengsten, kosten, resultaat)
• Het fonds in stand houden
• Financieren stuwende bedrijven
• Risico’s en kansen als gevolg van klimaatverandering
• Dekking pensioenverplichting
• Significante financiële steun van overheid
• Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Werknemers
• Ondernemingen in de regio
• Lokale overheden
Manager Finance
Indirecte economische impact • Economische waarde creatie van de bedrijven waaraan de NOM kapitaal verstrekt (omzet, winst)
• Investeringen in Noord- Nederland
• Innovatie-impuls
• Ondernemingen in de regio
• Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Lokale overheden
• Werknemers
• Burgers in de regio
Manager Finance
Personeel/Arbeidsomstandigheden      
Werkgelegenheid in de regio • Creëren en behouden van directe en indirecte werk- gelegenheid in de regio • Burgers in de regio
• Ondernemingen in de regio
• Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Lokale overheden
• Werknemers
Manager Finance / manager FDI / BD
Werkgelegenheid uit NOM activiteiten • Personeelsbestand en het verloop hierin
• Samenstelling bestuurslichamen en onderverdeling medewerkers
• Arbeidsvoorwaarden
• Werknemers
• Aandeelhouder / subsidieverstrekker
Staf / Algemene Zaken
Training en opleiding eigen personeel • Loopbaanontwikkeling
• Opleiding & scholingsuitgaven
• Tijdsbesteding aan scholing
• Werknemers Staf / Algemene Zaken
Gezondheid en veiligheid eigen personeel • Levensfasebewust personeelsbeleid
• Ziekteverzuim
• Werknemers Staf / Algemene Zaken
Mensenrechten      
Discriminatie in eigen organisatie • Voorkomen van discriminatie • Werknemers Staf / Algemene Zaken
Maatschappij      
Bijdragen aan politiek • Bijdragen aan politieke partijen, politici en gerelateerde instellingen per land •Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Gemeenten
Manager Finance / Manager FDI / BD
Voldoen aan wet- en regelgeving • Gevolgen niet naleven wet- en regelgeving • Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Gemeenten
Staf / Algemene Zaken
Productverantwoordelijkheid      
Klanttevredenheid • Onderzoek naar klanttevredenheid
• Gevolgen niet naleven wet- en regelgeving betreffende levering van producten/diensten
• Ondernemingen in de regio
• Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Gemeenten
• Werknemers
Staf / Algemene Zaken
Compliance      
Voldoen aan wet- en regelgeving • Boetes voor niet naleven wet- en regelgeving • Aandeelhouder / subsidieverstrekker
• Gemeenten
Staf / Algemene Zaken
Energie en materialen      
Verbruik • Energieverbruik in organisatie
• Materiaalverbruik in organisatie
• Werknemers
• Aandeelhouders
Staf / Algemene Zaken
Emissies      
CO2 uitstoot • CO2 uitstoot Scope 1, 2 en 3 • Werknemers
• Aandeelhouders
Staf / Algemene Zaken

Tabel 31: Materiële aspecten

De materiële onderwerpen worden aan de hand van de interne en externe prioritering bepaald. De externe prioritering vindt plaats aan de hand van de Stakeholderdialoog (zie ook tabel Materiële aspecten). Om meer inzicht te geven in het relatieve belang van de geïdentificeerde materiële aspecten wordt de impact op de belanghebbenden en organisatie in onderstaande matrix weergegeven:

Afbeelding 9: Materialiteitsmatrix
Afbeelding 9: Materialiteitsmatrix

Over de materiële aspecten rapporteren we in Organisatieprofiel en Realisatie. Op de materiële aspecten met een hoge impact op zowel de organisatie als de belanghebbenden (werkgelegenheid in de regio en indirecte economische impact) hebben we doelstellingen geformuleerd (zie tabel 1 - Resultaten op hoofdlijnen) waarover we ook rapporteren.

Het inzicht in materialiteit wordt ook gebruikt om het beleid en de doelstellingen te toetsen en indien nodig aan te scherpen, en de afbakening in reikwijdte van onderwerpen zo te kiezen dat deze aansluit op de informatiebehoeften onze stakeholders.

Afbakening

Extern

De NOM heeft samen met haar aandeelhouders en subsidiegevers de prestatie-indicatoren vastgesteld, waaruit de realisatie van de doelen kan worden afgeleid. Afgesproken is hoe deze indicatoren meetbaar kunnen worden gemaakt. Deze indicatoren komen niet uit de door de GRI vastgestelde lijst. De externe prestatie-indicatoren zijn:

  • Uitzettingen
  • Gecreëerde en behouden arbeidsplaatsen
  • Investeringen in de regio
  • Innovatie-impuls (investeringen in innovatieve projecten)

De NOM neemt haar verantwoordelijkheid als ketenpartner met betrekking tot investeringen in bedrijven en deelname aan acquisitie- en innovatieprojecten voor zover zij zelf invloed heeft op het beleid. Dit betekent dat de NOM keuzes maakt of zij wel of niet investeert in een bedrijf of deelneemt in een project, maar dat zij geen verantwoordelijkheid neemt voor het duurzaamheidsbeleid van de participaties of deelnemers in een project. De NOM stelt hierdoor slechts beperkte voorwaarden aan het duurzaamheidsbeleid van partners bij investeringen en ontwikkelingsprojecten.

Indien het de NOM bekend is dat bij potentiële deelnemingen of partners in projecten sprake is van bijvoorbeeld schending van de mensenrechten, omkoping en corruptie, niet naleven van wet- en regelgeving of grote milieurisico’s, heeft dat tot gevolg dat de NOM niet zal investeren in het bedrijf of niet zal samenwerken in een project.

De impact van de inkopen hebben beperkte invloed op economische, milieu en sociale aspecten. Uiteraard probeert de NOM bij de inkoop van producten en diensten de principes van duurzaam inkopen maximaal toe te passen. Gezien de beperkte rol als ketenpartner in het geval van inkopen heeft de NOM nog geen duurzaamheidsbeleid geformuleerd met betrekking tot toeleveranciers. In het inkoopproces zijn geen waarborgen ingebouwd om toeleveranciers met een verhoogd risicoprofiel te identificeren en er is niet vastgesteld hoe te handelen indien toeleveranciers zich niet houden aan interne of externe codes.

Intern

Voor de interne organisatie is vastgesteld dat het aspect arbeidsomstandigheden de meeste impact heeft. Aan de hand van de door de GRI vastgestelde lijst van indicatoren is vastgesteld welke indicatoren het meest relevant zijn en over welke onderwerpen meetbaar en controleerbaar kan worden gerapporteerd door de NOM. De daaruit voortgekomen selectie is door het Managementteam beoordeeld en vervolgens vastgesteld. In het kader van de dialoog met de stakeholders is de keuze voorgelegd aan de aandeelhouders en subsidiegevers, die met de keuze konden instemmen.

Verslaggevingsbeleid

Verslaggevingsperiode

Het jaarverslag, inclusief duurzaamheidsverslaggeving wordt jaarlijks opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar. Dit verslag beslaat de periode 1 januari 2015 t/m 31 december 2015. De publicatiedatum is 30 juni 2016. Het vorige verslag d.d. 19 juni 2015 had betrekking op het kalenderjaar 2014. Voor nadere informatie over het jaarverslag kunt u contact opnemen via info@nom.nl. De NOM stelt feedback op het jaarverslag op prijs.

Toegepaste standaarden

De duurzaamheidsverslaggeving, die onderdeel uitmaakt van het jaarverslag van de NOM, is opgesteld aan de hand van de GRI G4-richtlijnen op core niveau. De richtlijnen van het GRI zijn wereldwijd de meest geaccepteerde richtlijnen voor het opstellen van (maatschappelijke) verslaggeving. De G4-richtlijnen zijn de nieuwste generatie rapportage richtlijnen en volgen hiermee de G3-richtlijnen op. De richtlijnen zijn te vinden op de GRI website (www. globalreporting.org). Bijlage 2 van het jaarverslag geeft de GRI tabel weer, waarin staat waar in het verslag de standaard onderdelen van de informatievoorziening te vinden zijn.

Afbakening

Het jaarverslag heeft evenals de jaarrekening betrekking op de NOM en haar 100% dochterondernemingen (zie Participaties en leningen) als geheel. Het verslag heeft geen betrekking op (de duurzaamheidsaspecten van) haar participaties, omdat dit minderheidsbelangen betreffen en de NOM beperkt invloed heeft op hun (duurzaamheids)beleid.

Bij het bepalen van de inhoud en de afbakening van het verslag is rekening gehouden met de onderwerpen die door belanghebbenden zijn aangedragen. Dit komt tot uiting in de materialiteitsmatrix en de aanvullende toelichting daarop. Op deze wijze komt de NOM de informatiewensen van belanghebbenden zoveel mogelijk tegemoet. Het verslag gaat in op de resultaten in de waardeketen met betrekking tot uitzettingen, arbeidsplaatsen, investeringen en innovatie impuls in de regio, voor zover de NOM heeft bijgedragen aan de realisatie hiervan.

Reikwijdte

De NOM legt verslag over de onderwerpen die zij als materieel heeft aangemerkt op basis van de materialiteitsmatrix. Deze sluiten aan op het doel van de NOM. Het verslag gaat daarom vooral in op economische en sociale onderwerpen en indicatoren binnen de organisatie en met betrekking tot Noord-Nederland. Milieugerelateerde onderwerpen komen vooral tot uiting in de innovatie projecten. Het toepassingsniveau van de GRI G4 richtlijnen is core, wat betekent dat informatie op basis van de richtlijnen G2, G35-G55 en G57-58 niet is opgenomen.

De NOM streeft naar het verbeteren van haar verslaggeving, passend bij de aard, risico’s, en kansen van de organisatie. Het is onze ambitie om de komende jaren onze verslaggeving verder te professionaliseren en de integratie van onze financiële en niet-financiële prestaties te verfijnen.

Het Ministerie van Economische Zaken beoordeelt de transparantie over maatschappelijke prestaties van ondernemingen door middel van de transparantiebenchmark. Met het jaarverslag over 2014 heeft de NOM 171 van de 200 punten behaald.

Vergelijking met voorgaand jaar

De toegepaste standaarden zijn niet gewijzigd. De NOM rapporteert sinds 2013 aan de hand van de GRI G4 richtlijnen op core niveau. De afbakening is niet gewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Er hebben zich geen herformuleringen van eerder verstrekte informatie of wijzigingen in definities en meetmethodes voorgedaan.

Effect wijzigingen in de organisatie

Er zijn geen wijzigingen in beleid en/of doelstellingen ten aanzien van maatschappelijke aspecten van ondernemen ten opzichte van vorig jaar. De organisatorische wijzigingen en de wijzigingen in de waardeketen welke beschreven zijn in Organisatieprofiel en Waardeketen hebben geen effect op het verslaggevingsbeleid.

Consolidatiegrondslagen

Voor het jaarverslag, inclusief duurzaamheidsverslaglegging en jaarrekening, gelden dezelfde consolidatiegrondslagen als voorgaande jaren. Voor de grondslagen wordt derhalve verwezen naar Toelichting op geconsolideerde balans. De gegevens voor het verslag worden centraal verzameld en geconsolideerd.

Technieken en Berekeningsgrondslagen

De hoogte van de prestatie-indicator uitzettingen wordt bepaald op basis van de feitelijke uitstroom van middelen. Maandelijks wordt over het uitzettingenniveau gerapporteerd door de afdeling Finance en per kwartaal wordt dit afgestemd met de administratie.

De prestatie-indicatoren investeringen en gecreëerde/behouden arbeidsplaatsen in de regio worden bepaald aan de hand van confirmation letters van de betreffende ondernemingen. Daarmee verklaren de bedrijven dat zij onder andere door samenwerking met de NOM in de regio hebben geïnvesteerd, arbeidsplaatsen hebben gecreëerd of behouden. Bij de verantwoording van de gecreëerde arbeidsplaatsen wordt uitgegaan van een tijdspanne van 3 jaar. De data worden gedurende het boekjaar verzameld. Prestaties waarvan geen confirmation letters zijn ontvangen worden niet meegenomen in de resultaten.

De prestatie-indicator innovatie-impuls geeft inzicht in de totale projectkosten van gefinancierde projecten en is gebaseerd op projectvoorstellen, subsidiebeschikkingen en / of confirmation letters van betrokken partijen. De data worden na afloop van het boekjaar verzameld. Prestaties die niet verifieerbaar zijn, worden niet meegenomen in de resultaten.

De dataverzameling met betrekking tot de overige aspecten waarover verslag gelegd wordt, vindt jaarlijks na afloop van het boekjaar plaats.

Schattingen

Voor zover sprake is van schattingen door de directie is dit toegelicht bij het geschatte resultaat.

Assurance

De maatschappelijke resultaten worden gedurende het jaar door de daarvoor intern aangewezen functionarissen gemonitord en bijgehouden. Voorafgaand aan de maatschappelijke verslaglegging worden de jaargegevens door een externe adviseur geverifieerd. De accountant keurt de jaarrekening goed en stelt vast of het directieverslag niet in tegenspraak is met de jaarrekening. De maatschappelijke resultaten zijn vooralsnog geen onderdeel van externe verificatie. De NOM heeft zich nog geen doel gesteld om het duurzaamheidsverslag te laten beoordelen door een externe deskundige.